Voor het snoekvissen gebruik je het beste levende of dode aasvissen. Opties zoals voorns, maar ook grotere aasvissen zoals zeelt zorgen vaak voor een goede vangst. Daarnaast zijn kunstaas zoals jerkbaits, softbaits en spinnerbaits ook effectieve opties. Zorg ervoor dat je het aas goed presenteert en het in de buurt van schuilplaatsen van de snoek gooit.
De meest geschikte hengels voor snoekvissen zijn meestal spinhengels met een lengte tussen de 2 tot 3 meter. Daarnaast zijn hengels met een goede actie en een werpgewicht tussen de 20 en 80 gram ideaal voor het werpen van groot kunstaas. Voor het vissen met dood aas is een sterke hengel met een goede backbone belangrijk, zodat je goed kunt aanslaan.
Voor snoekvissen zijn stalen onderlijnen meestal de beste keuze, omdat snoeken scherpe tanden hebben en anders het risico lopen om je lijn door te bijten. Je kunt kiezen voor een kant-en-klaar stalen onderlijn of zelf een onderlijn maken met staal of gevlochten lijn. Een onderlijn van ongeveer 30 tot 40 cm is vaak handig om de kans op verloren vissen te minimaliseren.
Een goede visstek voor snoek kun je vinden bij ondiepe wateren met veel begroeiing, zoals waterplanten en takken. Kijk ook naar plekken nabij stroomversnellingen, bruggen of andere structuren waar snoeken zich kunnen verstoppen. Het is belangrijk om de omgeving goed te observeren en ervaring op te doen met waar snoeken zich het meeste bevinden.
Tijdens de lente zijn snoeken vaak actief, vooral in ondiep water waar ze moeten paaien. In de zomer kun je ze in dieper water vinden. In de herfst zoeken ze weer naar ondiepere plekken om zich voor te bereiden op de winter. In de winter zijn ze minder actief, maar bij warme periodes kun je nog steeds kans maken met het juiste aas. Pas je strategie aan op de seizoenen voor het beste resultaat.